Bijdrage Zvw behoort tot inkomensgegeven

Evenals de rechtbank oordeelt het hof dat de vergoeding door het UWV voor de bijdrage Zvw terecht tot het inkomensgegeven is gerekend. Het toetsingsinkomen is juist vastgesteld.

B heeft in 2012 een WIA-uitkering genoten. Op de jaaropgaaf van het UWV staat onder meer het fiscale loon van € 21.570 en het loon voor de Zorgverzekeringswet van € 20.140. Het verschil is de belastbare vergoeding voor de bijdrage Zvw van € 1.430. B moest over 2010 teveel ontvangen huur- en zorgtoeslag terugbetalen. De voorschotten waren te hoog geweest. Dat kwam doordat B een te laag toetsingsinkomen had opgegeven. Hij stelt dat de vergoeding voor de bijdrage Zvw niet tot zijn inkomen behoort.

In geschil de hoogte van het vastgestelde inkomensgegeven als bedoeld in art. 21, aanhef en onderdeel e, sub. 2, AWR. Daarbij is in het bijzonder in geschil of het bedrag van de bijdrage Zvw tot dat inkomensgegeven moet worden gerekend.

Net als de rechtbank is het hof het met B niet eens. Nu vaststaat dat aan B over 2012 geen aanslag of navorderingsaanslag is of wordt opgelegd, moet het toetsingsinkomen worden gesteld op het bedrag van het belastbare loon. De vergoeding van de bijdrage Zvw door het UWV aan B moet tot en met 2012 tot het loon worden gerekend. Ingevolge artikel 10, eerste lid, Wet LB heeft immers al hetgeen uit een (vroegere) dienstbetrekking wordt genoten, als loon te gelden. De opvatting van B is dus rechtskundig onjuist. De gegevens die van de BRI zijn ontvangen, stemmen overeen met de gegevens op de jaaropgaaf van het UWV, zodat het toetsingsinkomen terecht is vastgesteld op € 21.570. Het hof verwierp ook de stelling van B dat de bijdrage Zvw, die door het UWV was toegekend en tegelijkertijd was ingehouden en afgedragen, voor de toepassing van de Wet LB moest worden gekwalificeerd als eindheffingsbestanddeel.

Hof Amsterdam, 21 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:495